PAL (Phase Alternating Line) is de Duitse standaard voor analoge kleurentelevisie-uitzendingen. Het wordt gebruikt in West-Europa (behalve Frankrijk) en in een groot aantal andere landen. PAL wordt haast altijd gecombineerd met de televisiesystemen B en G of een ander systeem met 625 lijnen per beeld en 25 beelden per seconde. De lijnfrequentie wordt daarmee 15625 Hz, de karakteristieke fluittoon van televisies die jongeren nog kunnen horen. Brazilië is een uitzondering, hier wordt PAL gecombineerd met het Amerikaanse systeem M, dus met 525 lijnen en 29,97 beelden per seconde. De kleurinformatie wordt meegestuurd als twee kleurverschilsignalen die in kwadratuurmodulatie op een hulpdraaggolf zijn gemoduleerd. Bij systeem B en G heeft deze een frequentie van 4.433.618,75 Hz. Door deze manier van coderen blijft het signaal compatibel met zwart-wittelevisies. Het nadeel dat dergelijke signalen niet goed te decoderen zijn als de kleurendraaggolf in de ontvanger ook maar iets in fase verschilt, wordt in PAL opgelost door de fase van het signaal na iedere beeldlijn om te keren en deze met de voorgaande beeldlijn te vergelijken. Vandaar de naam PAL. Het resultaat is nul fasefout met hooguit een kleine kleurverzadigingsfout. Sinds 1976 worden enkele van de bovenste (onzichtbare) lijnen ingezet voor het transport van tekstinformatie, de zogenaamde teletekst. NTSC is een voornamelijk in Noord-Amerika, een deel van Zuid-Amerika en Japan gebruikte analoge norm voor kleurentelevisie. NTSC werd in 1954 geïntroduceerd. De afkorting NTSC wordt schertsenderwijs ook wel als Never The Same Colour uitgelegd, vanwege de tekortkomingen in de kleurweergave van het systeem.
Dit betekent niet dat NTSC een misconceptie is. Gezien de stand van de techniek in die tijd mag NTSC als een zeer geavanceerd systeem worden beschouwd. De Europese kleursystemen PAL en SECAM zijn beter, maar die zijn dan ook veel later ingevoerd. Aan de gewone (zwart/wit) beelddraaggolf worden twee signalen toegevoegd: de kleurverschilsignalen. Deze twee signalen, (rood minus helderheid en blauw minus helderheid, worden samen in kwadratuurmodulatie op een nieuwe kleurendraaggolf uitgezonden. Bij kwadratuurmodulatie wordt de draaggolf zelf echter onderdrukt, terwijl deze wel benodigd is voor de ontvangst. In de ontvanger wordt met behulp van een kristaloscillator de benodigde draaggolf opgewekt. Om ervoor te zorgen dat de kleuren juist worden weergegeven, moet deze draaggolf goed synchroon zijn met de kleurendraaggolf in de zender. Hiervoor wordt een salvo (burst) uitgezonden in het niet zichtbare deel aan het begin van iedere beeldlijn. Het NTSC-signaal wordt meestal gecombineerd met televisiesysteem M, dat wil zeggen: 525 lijnen (waarvan ca. 480 zichtbaar zijn), interlaced, 29,97 beelden per seconde, kleurendraaggolf op 3,58 MHz. De geluiddraaggolf bevindt zich op 4,5 MHz. Type modulatie voor de beelddraaggolf: geïnverteerde amplitudemodulatie; type modulatie voor de geluiddraaggolf: frequentiemodulatie. Dit geheel noemt men ook NTSC-M. NTSC wordt echter ook wel met andere systemen gecombineerd: zie Kleurcombinaties in televisiesystemen. In de digitale wereld betekent NTSC een beeldformaat van 720 × 480 beeldpunten en 29,97 beelden per seconde. De andere parameters hebben daar geen betekenis. *) informatie Wikipedia |